[begin]
[bottleneck]
[hoe werkt een harde schijf?]
[cilinders]
[sporen]
[sectoren]
[fabrikanten op een rijtje]
[fabrikanten vergeleken]
[mailinglist + marktonderzoek]
Een harde schijf draait zeer snel: tussen de 4500 en 10.033 omwentelingen per minuut. De koppen worden door de arm tegen de schijf gedrukt, maar raken 'm niet als de harde schijf draait. Door die hoge snelheid van de schijf zorgt een dun, klevend luchtlaagje er namelijk voor dat de koppen 0.5 micrometer boven het oppervlak zweven. Een beetje vergelijkbaar met een hover craft. Een halve micrometer is heel weinig. Daarom zijn harde schijven ook luchtdicht afgesloten en iets luchtledig gemaakt. Een stofdeeltje of zelfs een vingerafdruk tussen de kop en de schijf zouden voor grote beschadigingen van het oppervlak van de schijf zorgen!
Als nu de harde schijf stil staat, zullen de koppen wel op het oppervlak gedrukt worden. Bij het
upspinnen (op toeren komen) van de schijf zouden de koppen eerst een stuk over het oppervlak
schuren als ze niet op een speciale plaats zouden staan. Die speciale plaats is er, en wordt de
'landingsplaats' genoemd. Dat gebied ligt zo dicht mogelijk bij de as, en heeft het hoogste
nummer van de sporen. Het landingsgebied is namelijk het binnenste spoor.
Het aantal sporen geeft daarom gelijk het nummer van het landingsgebied weer, omdat de
sporen vanaf 'spoor 0' geteld worden. Als er 1024 sporen zouden zijn, dan heb je 'spoor 0' tot
en met 'spoor 1023'. Dat zijn er namelijk 1024. 'Spoor 1024' is dan het landingsspoor. De koppen
op het landingsspoor zetten, heet 'het parkeren van de harde schijf'. Dat parkeren gebeurt
automatisch als de harde schijf stopt met draaien. Vroeger moesten de harde schijven geparkeerd
worden met behulp van een programmaatje dat de koppen op het landingsspoor zette.
Harde schijven kunnen zonder gevaar getransporteerd worden, maar zodra ze draaien zijn ze
erg kwetsbaar door de kleine ruimte tussen de koppen en de schijf.
